Concept (Russian Culture & Communication)
Russische sprookjes, volksverhalen en legenden

Nikolaj Roerich, Viktor Vasnetsov, Ivan Bilibin, Vasili Kandinsky, Elena Polenova, Michail Vroebel


Groninger Museum, 15 december 2007 tot en met 6 april 2008
Na de succesvolle tentoonstellingen van Ilja Repin. Het geheim van Rusland in 2001, Het Russische Landschap in 2003 en In dienst van Diaghilev in 2004 is er een belangrijk onderwerp dat nog onderbelicht is gebleven in het overdonderende en veelzijdige aanbod van Russische kunst uit de negentiende eeuw: Russische sprookjes, volksverhalen en legenden.

Vele van deze fantasierijke voorstellingen liggen verankerd in het collectieve geheugen van de Russen. Zij zijn nog altijd lievelingen van het Russische publiek dat het Tretyakov Museum in Moskou en het Russisch Museum in St. Petersburg bezoekt en dat is ook terug te vinden in de vele merchandising rondom dit thema. Welke Rus kent niet Vasnetsovs Ridder op een driesprong of De Drie Bogatieren of Ivan Tsarevitsj op de grijze wolf. Ze behoren evenals De Wolgaslepers van Repin tot de iconen van de negentiende-eeuwse Russische schilderkunst. De schilderijen van Viktor Vasnetsov en de iets later vervaardigde – maar zeker niet minder bekende - illustraties van Bilibin openden aan het eind van de negentiende eeuw een nieuwe wereld. In dit imaginaire, magische rijk werden onderwerpen uit de Russische geschiedenis, legenden en literatuur gecombineerd met de technieken uit de nationale, folkloristische traditie en de nieuwe ontwikkelingen van de negentiende eeuw.

Hoewel sprookjes al honderden jaren in de folkloretraditie voorkwamen, werden ze pas een volwaardig thema binnen de schilderkunst in de negentiende eeuw. De aandacht voor Russische legenden en sprookjes bloeide in deze periode op en kwam voort uit een verlangen om terug te grijpen op de traditie die uiting gaf aan het echte Rusland. Dit verlangen naar het oorspronkelijke was niet alleen merkbaar in Rusland, maar was als het ware een virus dat over delen van het negentiende-eeuwse Europa trok. Zo was men in Finland op zoek was naar de Finse identiteit en keerden de Pre-Raphaelieten in Engeland terug naar de kunst van voor Raphael. De manier waarop in Rusland uiting werd gegeven aan deze zoektocht naar de oorspronkelijke Russische traditie was uniek en leidde tot een eigen stijl in de Russische schilderkunst waarvan Viktor Vasnetsov een van de belangrijkste vertegenwoordigers werd.

Sprookjes en legenden vertegenwoordigden in het verleden en in de literatuur een innerlijke wereld. Ze kwamen tot uiting in traditionele technieken als houtsnijwerk, lakwerk en borduurwerk. Op het moment dat de Russische schilders dit onderwerp ter hand namen en ervoor kozen om deze op groot formaat doek vorm te geven brachten ze de werkelijkheid van het Russische land samen met de sprookjesachtige wereld van het verhaal. Het is onder meer deze combinatie van de realistisch weergegeven werkelijkheid met een fantasierijke, betoverende situatie - geschilderd op een formaat dat normaliter was voorbehouden aan belangrijke onderwerpen uit de geschiedenis - die maakt dat deze schilderijen blijvende indruk achterlaten bij de beschouwer. De strijd tussen goed en kwaad die de meeste sprookjes beheersen komen ook in de schilderijen naar voren. Toch werden deze schilderijen soms ook vervaardigd voor totaal andere doeleinden dan het letterlijke onderwerp van het verhaal. Zo werd het schilderij van Het vliegende tapijt van Viktor Vasnetsov geschilderd in opdracht van de machtige mecenas Savva Mamontov als wandvulling voor een nieuw spoorwegstation. Het grote formaat is daarmee meteen verklaard, maar door deze opdracht werd er ook een nieuwe dimensie aan het werk gegeven. Het vliegende tapijt stond nu plotseling ook symbool voor een vlucht naar de nieuwe wereld, toekomstige voorspoed en misschien zelfs vrijheid van geest. De verbeeldingskracht van het verhaal als instrument voor een maatschappelijke boodschap zorgt ervoor dat deze schilderijen niet louter als het betoverende rijk van de fantasie kunnen worden beschouwd. In de tentoonstelling willen we daarom ook de maatschappelijke betekenis van deze schilderijen tonen. Een vraag die hierbij kan worden gesteld is of vele schilders na de harde realiteit uit de schilderijen van de Peredvizhniki (waartoe ook Vasnetsov behoorde) behoefte hadden aan een nieuwe, minder realistische beeldtaal en onderwerpkeuze die de kijker in staat stelde te vluchten in een andere wereld.

Abramtsevo
In een tentoonstelling over sprookjes, legenden en volksverhalen speelt het werk van kunstenaars die kortere of langere tijd doorbrachten op Abramtsevo, het landgoed van de hierboven genoemde mecenas Savva Mamontov, een belangrijke rol. Het waren deze kunstenaars die op zoek waren naar de traditie van het verleden en deze wilden laten herleven. Er werden workshops in de technieken en verschillende vormen Russische volkskunst georganiseerd. De belangrijkste schilders uit de Abramtsevo-kring waren Konstantin Korovin, Valentin Serov en Michail Vroebel. Andere belangrijke vertegenwoordigers waren Viktor Vasnetsov en Nikolaj Roerich. Met name werk van deze twee laatstgenoemden zullen ook in de tentoonstelling worden getoond.

Vasnetsov richtte zich op de thematiek van de byline (heldendicht), maar de verbinding in zijn werk met een concrete episode of tekst kwam voor Vasnetsov op de tweede plaats. Zijn schilderijen tonen een magische sprookjeswereld. Al zijn helden zijn verwikkeld in de eeuwige strijd tussen goed en kwaad. Daarnaast gebruikte hij het folkloristische thema om de morele en ethische problemen van die tijd te weer te geven in de vorm van de legendarische geschiedenis van Rusland. Critici merkten op dat er parallellen bestonden tussen werken als Ridder op een driesprong en Kramskoys Christus in de wildernis.

Nikolaj Roerich was voornamelijk geïnteresseerd Slavisch heidendom, Scandinavische sagen en religieuze mythen uit het middeleeuwse Rusland. In zijn werk probeerde hij in kleurrijke patronen een vergane wereld op te roepen waarin mensen in harmonie dicht bij de natuur leefden.

Mir Iskusstva
Tot slot moet ook de relatie met de Wereld van de Kunst (Mir Iskusstva) van Diaghilev worden genoemd, omdat sommige sprookjes zelfs eerder tot uitvoering kwamen op het toneel dan op het platte doek om vervolgens het eigendom te worden van de beeldende kunst. Met name de set designs van Alexander Golovin en Leon Bakst zijn in dit verband van groot belang. Deze vallen echter in deze tentoonstelling voorlopig buiten beschouwing.

De verbondenheid met de literatuur
In de tentoonstelling zal ook aandacht worden besteed aan het verhaal zelf en zal dat deel uit het sprookje worden verteld dat in het schilderij te zien is. Dit heeft te maken met het feit dat, voordat het thema van sprookjes en legenden in de schilderkunst werd geaccepteerd, het al een volwaardige plaats had verworven binnen de literatuur. In de eerste helft van de negentiende eeuw werd het merendeel van de boeken gepubliceerd zonder illustraties. Dit gold ook voor de sprookjes. Pas daarna werden illustraties bij sprookjes geleidelijk aan ontwikkeld, maar volgden deze de tekst nauwgezet. De aandacht van de kunstenaar ging in eerste instantie uit naar het afbeelden van de belangrijkste helden en het weergeven van de belangrijkste gebeurtenissen. Vaak waren het de auteurs zelf die een begin maakten met de illustraties en zij tekenden soms zelfs de eerste versie van de voorstellingen die zij hierbij voor ogen hadden. Zo illustreerde Alexander Poejskin bijvoorbeeld zijn eigen sprookjes in de jaren dertig van de negentiende eeuw.
De sprookjes van Poesjkin als literair thema waren gedurende de hele negentiende eeuw populair bij kunstenaars, illustratoren en componisten. Sprookjes en legenden werden zo een bron van inspiratie, die zowel de poëtische verbeelding als historisch authentieke informatie bevatten en leidde tot de schepping van gedetailleerde ‘literaire’ voorstellingen.

Voorafgaand aan de literaire sprookjes van Poesjkin bestonden er in Rusland folkloristische sprookjes die overleefden door mondelinge overdracht (troubadours) en veelal vergelijkbaar zijn met westerse sprookjes. Daarnaast was er de traditie van de bylinen (heldendichten). Deze werden mondeling van generatie op generatie overgedragen en waren gebaseerd op de helden die het Russische land verdedigden en bijeenhielden, de zwakken en armen hielpen, en vochten met nationale vijanden en duivelse krachten.

In tegenstelling tot de opvatting in de twintigste eeuw en vandaag de dag waren sprookjesboeken in de negentiende eeuw niet alleen bedoeld voor kinderen, maar juist ook voor volwassenen omdat zij in staat waren om de grafische uitvoering van de illustraties en de door de kunstenaar vormgegeven prettig gestoorde wereld volledig te waarderen en te begrijpen.

Illustraties
Dit deel van de tentoonstelling is nauw verbonden met de literatuur en de sprookjes zelf, zoals hiervoor al werd geschetst. Prenten zullen een belangrijk deel uitmaken van deze tentoonstelling aangezien sprookjes, legenden en volksverhalen voor het eerst in de beeldende kunst hun intrede deden in de illustratie. Ivan Bilibin zal hierin de grootste rol spelen. Hij produceerde unieke en eigenzinnige illustraties die nu tot een hoogtepunt kunnen worden gerekend in de geschiedenis van de Russische kunst. Ze overschrijden de grens van louter illustratie. In het werk van Bilibin komt ook de overeenkomst met het werk van Vasnetsov duidelijk naar voren.
Een tweede belangrijke illustrator is Elena Polenova. Zij onderzocht de bronnen van de volksvertellingen om die wereld beter te kunnen begrijpen en reisde door de Kostroma Provincie om de verbale folklore op te tekenen.

Catalogus
In de catalogus komen zowel de kunsthistorische en literaire betekenis van de sprookjes binnen de schilderkunst aan bod. Ook zal worden onderzocht hoe en of de rol van sprookjes in de Russische maatschappij verschilde van de westerse. Daarnaast zullen de sprookjes van de belangrijkste schilderijen in de tentoonstelling en illustraties worden verteld, waardoor het boek ook als voorleesboek kan worden gebruikt.

Organisatie tentoonstelling:
Groninger Museum, Groningen
Tretyakov Museum, Moskou
Russisch Museum, St. Petersburg

Concept: Patty Wageman
Productie: Carlijn Ubbens

De tentoonstelling, de catalogus, de documentaire en al het andere materiaal is tot stand gekomen dankzij de inzet van o.a.

Irina Antonova, Svetlana Artamonova, Anna Asjkinazie, Natalja Avtonomova, Pieter Baak, Nadezjda Beljajeva, Marina Bratanova, Jan-Paul Dirkse, Natalija Doedkina, Ljoedmila Federovna, Aleksandr Fjodorov, Salichat Gamzatova, Ademiek Gerritsma, Kirill Gevorgian, Thera Giezen, Tatjana Goebanova, Vladimir Goesev, Fumiko Goto, Tineke de Groot, Ed Hoeks, Boris Ioganson, Lidija Iovleva, Vladimir Ivanov, René Italiaander, David Jackson, Saskia Jager, Nina Jaroslavtseva, Vera Koedelina, Aleksej Koedrin, Irina Koelitnikova, Natalja Koerjatnikova, Barbera van Kooij, Natalja Kurchanova, Steven Kolsteren, Bert Kremer, Vladimir Kroeglov, Michail Loekjanov, Victoria Lourik, Olga Makhroff, Caspar Martens, Olga Martinova, Elena Maslova, Christophe Mauberret, Dmitri Mazurenko, Jan Meng, Rudo Menge, Eisso Nijborg, Sijbolt Noorda, Inna Orn, Aleksandr Pankov, Eleonora Paston, Aleksej Pentovsky, Evgenija Petrova, Janneke Reedijk, Valentin Rodionov, Ljoebov Rodionova, Pavel Rosso, Frans Rotmans, Harma Rozema, Ellen Rutten, Minke Schat, José Schraauwers, Aleksandr Sedov, Josee Selbach, Ekaterina Semjonova, Geert Slagter, Aleksandra Sjpetnaja, Michail Sjvydkoj, Anton Sugonyako, Elena Tjoen, Arkadi Tratsjoek, Galina Tsjoerak, David Vainchtein, Joeri Vakoelenko, Ben Warner, Mark Wilson, en vele anderen.
RU / NL